Geschiedenis

De geschiedenis van Vriendenkring door Henk Knol

Voor mij is de geschiedenis van Vriendenkring begonnen op mijn zeventiende jaar. Toen werd ik lid van de fanfare Sint Cecilia. Naast muziek, speelden enkele leden ook toneel. Ik voelde mij aangetrokken tot het toneel en kreeg al spoedig een rolletje toebedeeld. In die tijd werd er met Kerstmis een concert verzorgd door de fanfare.Als dat afgelopen was werd het toneel ontruimd en werd het decor opgebouwd. Enkele attributen neergezet ( o.a. een kastje en /of andere meubelen uit de kamer van kastelein Jan de Lange ) Lou v.d. Laan bracht nog even vlug een lamp en wij konden beginnen met het spel.

Dat bestond meestal uit een drama. Er moesten tranen vloeien. En tot slot werd er nog een eenacter ( klucht ) opgevoerd om de avond vol te maken. Ondertussen was het rond 12 uur. Voor de meeste bezoekers was dit het enigste uitje in het jaar. De kapelaan van de parochie was als Geestelijk adviseur verantwoordelijk voor het opvoeren van het spel. Er werd wel eens wat tekst geschrapt of veranderd. Verdorie in plaats van verdomme. Eerst werd er alleen gespeeld door heren of dames. Later werd dat heren en dames. Natuurlijk nauwlettend in de gaten gehouden door de kapelaan dat er niets oneerbaars gebeurde op het toneel. Gehuwde spelers mochten niet kussen met een jonge meid.

Gelukkig werd dat later natuurlijk flink ingehaald door de jongere generatie ,waaronder ikzelf. Als er een leuk blijspel opgevoerd zou worden dan vroeg mijn tegenspeelster Emmy van Westen altijd “Henk, moeten we nag zoene?” “Ja vezelf,” zei ik dan, “dan is het vast een mooi stuk.” Simon Beemster was in die jaren de voorzitter van de fanfare en ook van de onderafdeling toneel.Als hij dan de avond opende en hij zag enkele mensen in de zaal voor het eerst .Dan zei hij altijd, “Ik ben blaid dat ik zoveul mense zien met vreemde gezichte.” En dan werden de zeer Eerwaarde Heer Pastoor Adam van der Horst, De edelachtbare Heer Burgemeester Wiering en Mevrouw en Natuurlijk Dokter Barnhoorn en Mevrouw bijzonder welkom geheten.

Wij wilden later natuurlijk graag onafhankelijk van de fanfare toneel spelen en na heel veel onderhandelingen lukte dat uiteindelijk zo rond 1990.