Vier kamers met tuin

  |   Henk Knol, Ida Dekker, Jan Klaver, Larry Schouten, Peter Keizer, Ria Knol, Theo Abbekerk, Uitvoering

Recensie
Als men deze vierakter meerderemalen gezien heeft, constateert met interessante overeenkomsten en verschillen tussen voorstellingen. Zo is er het probleem met het decor. De titel en ook de aanwijzingen in het boekje wijzen in de richting van een zichtbare tuin (ook leuk voor het publiek en de decorateurs). Maar slechts weinig verenigingen wagen zich daaraan. Het moeten eigenlijk ook minsters twee tuindecors zijn, een voor- en een najaarstuin. De ene laat de tuin zogenaamd achter een wand ‘meespelen’. Weer een andere door een zijraam. Voor Zwaag was de zaal de tuin.

Er zijn nog andere verschillen. Sommige verenigingen verplaatsen het stuk van Parijs naar Nederland. In Zwaag leidde dat tot leuke verrassingen als het indirect optreden van Moskowitsch als advocaat en het noemen van De Bijenkorf onder leiding van mevrouw Dreesman in plaats van een Parijs warenhuis. Verder zijn er interessante verschillen in mise-en-scène en rolopvatingen en kleding. Een duidelijke meer problematische overenkomst is dat er duidelijke verschillen zijn in kwaliteit tussen de diverse eenakters. In alle gevallen blijkt men het meest moeite te hebben met dramatische overtuiging van de eerste, ‘De Stijllamp’, over een gescheiden stel met hun scheidingsgekibbel en een opleving van de oude liefde. Het blijkt een ondankbare haast onmogelijke opgave hiermee het publiek te boeien.

Bij de Vriendenkring probeerde men wel met leuke regievondstjes als het ‘hinderlijk’ optreden van de verhuizers het dramatische effect wat te versterken maar het bleef verder toch een praatstuk. Een van de twee sterkste stukken blijkt altijd ‘Betty Poncho’ over een middelbare man met een jonge aanstaande die volgens een gesprek tussen de man en zijn aanstaande schoonmoeder wel eens zijn…. dochter zou kunnen zijn.

De kracht van deze eenakter moet vooral liggen in het optreden van de moeder, een beetje gek wild mens. Dat kwam er hier niet helemaal uit, als zodanig kwam de speelster niet echt over. De topper van deze voorstelling in de regio, was ‘Toreador’.

Prima spel van Simon Knol als de huisschilder die als een eenvoudige psychiater het rijke maar verkrampte onzekere vrouwtje weer nieuwe levensmoed geeft. Ria Knol was ‘even’ goed als vrouwtje. Een soort tragikomedie waarin zij het tragische uitbeeldde. Enigszins problematisch is ook altijd het laatste spel dat nogal tweeslachtig is doordat het enerzijds niet zonder humor is maar anderzijds meer thrillerachtig blijkt.

Een kerstspel waarin twee geliefden in conflict komen over hun verleden, de gezamenlijke moord op haar echtgenoot. Daat tweeslachtige bleef erin ondanks goed spel van de hoofdpersonen die zich verdienstelijk door hun massa tekst heen werkten. Verenigingen zijn gewaarschuwd bij de keuze van dit kwartet.

Schrijver(s): P. Barillet en J.P. Grédy
Uitgave: Noordhollands Dagblad
Recensent: Frans Brieffies

Cast
Saskia Bekker – Vrolijk Kerstfeest: Installateur
Jose de Boer – Betty poncho: Jessica
Jose de Boer – Vrolijk Kerstfeest: Georgette
Jan Klaver – Vrolijk Kerstfeest: Marcel
Simon Knol – Betty poncho: Makelaar
Simon Knol – Toreador: Schilder
Ria Knol – Toreador: Irene
Marcel Korse – Toreador: Joël
Dalima Kraaibeek – De Stijllamp: Charlotte
Kiona Leeuw – Vrolijk Kerstfeest: Meisje
Larry Schouten – De Stijllamp: Maurice
Johan Tiessing – De Stijllamp: tweede verhuizer
Johan Tiessing – Betty poncho: Bob
André Vloeijberghs – De Stijllamp: eerste verhuizer
André Vloeijberghs – Vrolijk Kerstfeest: Jean-Loup
Margriet Zirschky – Betty poncho: Betty

Crew
Hans Bot – Geluid en Belichting
Ida Dekker – Grime
Ria Knol – Grime en kleding
Henriette Jansma – Regisseuse
Henk Knol – Soufleur
Jose de Boer – kledingadviezen
Yvonne Feller – toneelaankleding